nathalie en kurt gaan circleair travel blog

erop of erover?

de mingu kruipen omhoog

miss mingu

akke-akke tuut-tuut, weg zijn wij...




Heel lang geleden in de Droomtijd...

Zo beginnen de Aboriginal Droomtijdverhalen. In de orale traditie van de Aboriginalcultuur houden ze het midden tussen onze bijbelse scheppingsverhalen en er was eens-sprookjes. Behalve een fundamentalistje, hier en daar, geen kat die zulke verhalen nog voor waar houdt, maar toch blijven ze een belangrijke rol spelen. Omwille van de morele lessen die ze bijvoorbeeld bevatten, over hoe men zich hoort te gedragen in de samenleving. Of, over hoe de mens de omringende natuur ziet. Is het trouwens niet dankzij die kalle van een Roodkapje dat we de wolf vandaag nog steeds als een smeerlappeke zien? Misschien is hij gewoon een supersympathieke puppy, met als enig minpuntje dat hij graag zijn tandjes in grootmoeders zet.

In de loop van vele duizenden jaren hebben de Aborigines dat verhalensysteem nog tot de zoveelste macht geperfectioneerd. In die mate zelfs dat het ons westerse begrip compleet te boven gaat. De verhalen en de tradities maken vandaag deel uit van het Traditioneel Recht dat--althans in de Aboriginal-landen--naast het "gewone" recht bestaat. In het land dat zich meer dan 1200 kilometer ver uitstrekt, en waarvan Uluru het middelpunt is, heet dat de Tjukurpa. De Tjukurpa omvat de basisregels van de Aboriginal-cultuur, verteld in ellenlange en zeer gedetailleerde verhalen over hoe oerbeesten het landschap sculpteerden, over goed en kwaad, over wat eetbaar is, over waar water te vinden is, en over nog een ziljoen andere dingen. Misschien kan het nog het best omschreven worden als een gigantische spirituele, culturele, morele, sociale en geografische encyclopedie. Alleen is voor ons, gewone westerse stervelingen, slechts een fractie van die encyclopedie leesbaar. De inhoud van de Tjukurpa wordt top secret gehouden, als was het de waarde van de goudvoorraad in Fort Knox.

Klinkt allemaal nogal ver van het bed? Niet echt, want de Tjukurpa mikt met de precisie van een scherpschutter recht naar ons geweten. Dat doet ze middels een even eenvoudig als indringend vraagje:

Gaan we nu Uluru beklimmen of niet?

Laat de driehonderd meter hoge rode klomp nu net een uiterst belangrijk element zijn van de Tjukurpa. Haar vorm en kleur en nog zoveel meer wordt beschreven met verhalen over de strijd tussen gigantische Droomtijdslangen, over vredig huppelende wallabies, over zichzelf volvretende emu's, en aan de hand van nog een halve zoo vol oerfauna. De klim tot aan het toppeke van de rots blijkt bovendien nog een traditioneel pad voor Aboriginal mannen te zijn. In de woorden van een van de Traditionele Eigenaars van Uluru:

"as a guest on our land, you will choose to respect our Law and Culture by not climbing".

Lap, het is zes uur in de ochtend aan de voet van het grootste icoon van Australie en we zitten al meteen met een flink moreel dilemma opgezadeld. Wie zei ook weer dat reizen makkelijk is? We staan te wachten op die typische kleurensymfonie die een zonsopgang boven Uluru zo immens speciaal maakt. Kurt staat half uitgeslapen op een boterham met choco te kauwen, Lientje slurpt aan een kom rice crispies. En allebei zitten we met dat knagend gevoel of we nu de Aborigines gaan ambeteren of niet.

Nutella en Kellogg's bezitten echter onvermoede geestelijke krachten want terwijl de zon ter kimme rijst, en de rots van donkerbruin over paarsig naar roestrood kleurt, ontvangen we zowaar een goddelijke ingeving voor de oplossing van dat aartsmoeilijke diep-morele en zwaar-filosofische vraagstuk. De oplossing dient zich aan in drie poepsimpele elementen. Primo gaan we ervan uit dat er geen expliciet verbod uitgaat. Secundo, vermits wederzijds respect een kernbegrip is in de Aboriginal cultuur, zullen ze ook wel begrip hebben voor dat kernelement uit de westerse cultuur: om een of andere obscure reden klimmen we nu eenmaal graag op dingen. Geen top of we willen er op! Tertio, laten we gewoon eens kijken of er nog anderen zijn die hun geweten negeren.

En mochten deze drie argumenten falen, dan kunnen we dat geweten van ons nog altijd kordaat sussen door een extra souvenir te kopen in de plaatselijke Aboriginal shop, waarvan de winsten rechtstreeks naar de lokale gemeenschap gaan.

We hadden ons al die filosofische moeite kunnen besparen. Klokslag acht uur worden busladingen Aziaten aan de voet van Uluru gedropt, en met de gretigheid van een sprinkhanenplaag gaat het meteen omhoog. Zonder al te veel morele bezwaren over historisch erfgoed lopen, stappen, en kruipen families van drie generaties de helling op. Op sommige plaatsen tot 45 graden steil, zonder trappen, en met eerst slechts een dikke ketting als houvast. Het is van een gepuf en gekwebbel waarbij horen en zien vergaat. Elk jaar vallen er doden op de bergwand; we vragen ons niet meer af waarom.

Wij vervoegen ons bij de mingu. Mieren, zoals de Aborigines ons klimmers noemen. De meeste mingu haken halverwege af, blij om toch eens op de rots te zijn geweest. Wij doen onder een fijn ochtendzonnetje dapper door, netjes tot aan de top.

Dit is het soort plek waar morele bezwaren het altijd moeten afleggen tegen het genot van het vogelperspectief. Het zicht over de wijde, biljartvlakke omgeving is grandioos. Aan de horizon liggen die andere rotsen, Kata Tjuta. Voor ons het dorp Yulara, een soort Center Parcs middenin de woestijn. Maar dan zonder golfslagbad. En rechts kun je net de spierwitte hutjes van Latitude 131 zien, een Center Parcs voor de rich and famous van deze planeet. Ongeveer 1600 euro voor twee nachten uitzicht op een rots. Wij blijven toch maar liever in onze Wicked slapen. Bovenop Uluru lijken we boven een aboriginal schilderij te zweven: het landschap is een zee van stipjes op een bruinrode achtergrond van zand. Ideaal plekje om even de ogen te sluiten en op adem te komen...

Wat omhoog gaat, gaat volgens een ijzeren wet van de natuur ook omlaag. Wanneer we een uur later uit onze mijmering ontwaken staan we er ineens helemaal alleen voor. Waar is iedereen? Nu, geen paniek, het maakt Uluru er nog mysterieuzer op. Behalve het geruis van de wind is het muisstil. Het pad naar beneden is niet moeilijk te vinden; iemand heeft zich nuttig gemaakt door streepjes op de rots te schilderen, als rij je op een autostrade. Het schiet Lientje onderweg te binnen dat het al lang geleden is dat we nog eens wat fauna hebben zien rondhuppelen in dit droge landschap. Tot plots een schrille kreet: "slang!" Kurt zet van puur verschot een nieuw wereldrecord hoogspringen neer. Lientje wijst verschrikt naar een kronkelding, een paar meter verderop. In een uitgedroogde waterhole ligt een python te kijken. Het beest kijkt alsof het hier de baas is. En dat is het wellicht ook. Met een klein hartje en heel behoedzame passen maken we een grote omweg, terug naar beneden. Het is hier toch niet zo onbewoond als we dachten.

Even voor halfweg vinden we in een zanderige uitholling een nest eieren, zowat de grootte van kokosnoten. Dit is nu echt wel ongelooflijk. "We hebben dat toch allemaal niet gezien toen we naar boven kwamen?" Verdwaald op een rots? We zouden de eerste niet zijn. De stippellijn markeert nog steeds netjes de weg. "We kunnen toch niet zo verkeerd zitten?" Net wanneer we hulpeloos staan rond te draaien komt de eigenares van de eieren vanachter een rots gekropen. Een afzichtelijk vierpotig ding van een goanna. Anderhalve meter groot, zo lelijk als de nacht en verdacht snel voor een reptiel die omvang. Het komt op ons afgestormd, duidelijk niet met de bedoeling een internationale verbroedering aan te gaan...

"Kurt! Word wakker, slaapkop!" Weg goanna, weg python. "We hebben net een uur liggen maffen!"

Onderweg richting begane grond vertelt Kurt wat hij zonet heeft zitten dromen. Lientje luistert wel gewillig naar het verhaal over Kurt's beestenboel, maar kijkt weliswaar toch wel heel erg bedenkelijk. "Onmiskenbaar te veel verbeelding", staat in haar ogen te lezen. Tot ze de wenkbrauwen fronst: "die python, die goanna,... zijn dat niet Kuniya en Lungkata, de twee Droomtijddieren die centraal staan in de schepping van Uluru?" Gelukkig weet Lientje de zaken zoals altijd in een realistisch perspectief te plaatsen. Maar meer moest Kurt niet horen: dit was ongetwijfeld een sterk staaltje zwarte magie van de kant van de Aborigines. Dat geweten kon dus best maar zo snel mogelijk gesust worden. Een half uur na de feiten stonden we in de souvenir-shop.



Entry Rating:     Why ratings?
Please Rate:  
Thank you for voting!
Share |